Hoe

Twee sporen
Om een gebied goed te begrijpen, is het belangrijk langere tijd in dit gebied te verblijven en het op verschillende manieren te doorwaden, op te nemen en te registreren. Vervolgens te vertrekken en met een frisse blik het gebied opnieuw te bezoeken. Daarom werd de expeditie opgeknipt in verschillende expeditieblokken; een auto-expeditie van één dag om een globaal beeld te krijgen van het gebied en twee keer een expeditie van vier aansluitende dagen naar gebieden die tijdens de eerste verkennende auto-expeditie werden gedetecteerd.

Door de schaal van het gebied is het praktisch gezien lastig om in de gegeven tijd een zeer nauwkeurige analyse te maken van alle stadsranden en stadsrandtypologieën van de zuidvleugel. Daarom hebben we ons voor het onderzoek gericht op een groot deel van de stadsrand van Rotterdam en het grootste deel van de stadsranden van Den Haag en Delft. Deze gebieden omvatten alle benoemde typologieën zoals door bureau LOLA benoemd in de Stadsrandenatlas.

Daarnaast is om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de habitat van de stadsrander en zijn levenswijze binnen de stadsrand, op twee verschillende sporen onderzoek verricht.

Spoor 1: basiskamp en vallen

spoor1
Tijdens de twee expedities zijn basiskampen opgesteld. Tijdens de eerste expeditie bestond het basiskamp uit een grote tent, opgesteld op Camping de Zwetzone, gelegen in de stadsrand van Den Haag. Vanuit dit basiskamp werden de dagexpedities voorbereid en achteraf verwerkt door de vier expeditieleden. Tijdens de tweede expeditie bestond het basiskamp uit een cam-per. Er werd op verschillende locaties binnen de stadsranden wildgekampeerd om een beter beeld te krijgen van het nachtelijk gebruik van de stadsrand.

Vanuit het basiskamp vertrok iedere dag de “val” het gebied in om mensen te strikken en te achterhalen op welke manier zij de stadsranden gebruiken. Deze val bestond uit een bakfiets waarop een grote kaart gemonteerd was. Er werden door twee expeditieleden, vragen gesteld aan de bewoners m.b.t. het dagelijks gebruik van de stadsrandzones. Door stickers op de kaart te plakken m.b.t. het gebruik en de waardering van de geinterviewde persoon, ontstond gaandeweg een goed beeld van het algemeen gedrag van de stadsranders.

Naast deze kaart met stickers werden de interviews opgenomen met een voicerecorder en is de route van de bakfiets vastgelegd met een timelapscamera.

Spoor 2: wandelexpedities

spoor2
Tegelijk met het vertrekken van de val vanuit het basiskamp, vertrokken iedere dag twee expeditieleden op wandelexpeditie. Zij kamden ieder een ander gedeelte van de stadsrand uit, om ‘s avonds weer met nieuwe verzamelde informatie bij het basiskamp terug te keren. Er is bewust gewandeld zonder kaart. Hierdoor moest aan de hand van de leesbaarheid en logica van de stadsranden de route bepaald worden. De expeditieleden hadden de opdracht gekregen om steeds dertig minuten de grens tussen land en stad proberen te volgen. Daarna werden er aantekeningen en observaties verwerkt in een dagboek. Hierna werd er dertig minuten in een zigzagbeweging gewandeld, tussen land en stad waarna er weer aantekeningen gemaakt werden in de dagboeken, enz.. Deze manier van werken leverde een goed beeld op van de herkenbaarheid, gebruiksmogelijkheden en toegankelijkheid van de stadsranden en de verbindingen tussen stad en land.